Na 2,5 maand zijn we weer thuis. We gingen weg met de eerste sneeuw van de winter, en toen we vanochtend na de eerste 'nacht' thuis om 5 uur klaarwakker aan het ontbijt zaten sneeuwde het weer.
We willen iedereen bedanken die de moeite heeft genomen onze verhalen te lezen en onze foto's te bekijken. We hopen dat jullie zo iets meegekregen hebben van de fantastische tijd die we met z'n vieren hebben doorgebracht.
Het was een mooie tijd, en we hebben de kinderen een stukje ouder zien worden. Bauke was de eerste dagen wat onwennig (niet gek met 12 uur tijdverschil en een plotselinge verandering van levensstijl), maar al snel wist hij niet beter dan dat het leven bestaat uit reizen, tent opzetten en afbreken en spelen. Jelmer was in het begin heel enthousiast, maar de laatste weken kreeg hij toch wel heimwee. Hij is nu in ieder geval superblij weer thuis te zijn.
We hebben er van genoten. We hopen jullie (met het lezen) ook.
Groetjes,
Erica, Richard, Jelmer en Bauke
maandag 8 maart 2010
Wat laatste foto's: Seoul, Zuid Korea
Op zo'n 11 uur vliegen van het paradijselijke Fiji ligt het (in dit jaargetijde) iets minder warme Seoul, Zuid Korea. Met temperaturen rond het vriespunt was het even wennen, alhoewel we wel vinden dat het makkelijker wennen aan de kou is, dan aan de (vochtige) warmte. Tijdens het bliksembezoek hebben we de cultuur getypeerd als een mengeling tussen Japan (modern, high tech, beleefd) en China (gehaast, toch niet altijd zo beleefd). We hebben het belangrijkste/grootste paleis bezocht, en een zen boedistisch tempeltje dat tegen een heuvel is aangebouwd. De foto's zijn allemaal van het paleis:
De toegangspoort. Gelukkig hebben ze hier ook een 'traditionele' wisseling van de wacht, zodat de in kostuum geklede mensen op de voorgrond geen 'gewone' koreanen zijn, maar figuranten tijdens de wisselingceremonie
Detail van dakversieringen
paviljoen
Wat laatste foto's: Fiji
Nog enkele foto's uit het paradijselijke Fiji:
Het eiland Navini, ongeveer een half uurtje varen vanaf het hoofd eiland. In 10 minuten wandel je eromheen. Vanuit je 'bure' (huisje) stap je zo het strand op, de zee in, en ben je tussen de vissen en het koraal.
Onze 'bure', gefotografeerd door Jelmer
En in een kano ben je ook zo om het eiland heen
2 kleine 'little nemo' visjes bij laag water van bovenaf gefotografeerd
Erica en Jelmer met 'spyboards'; halve surfboards met een stukje glas voor wie niet wil snorkelen maar wel naar de visjes en het koraal wil kijken. Jelmer kan er goed mee overweg.
en...kokosnoten
woensdag 3 maart 2010
Fiji
Vanuit Nadi, Fiji, is het toch ook mogelijk om onze berichten te wereld in sturen. Alleen tekst, dat wel, maar toch. We zijn net terug van 5 dagen op een piepklein eilandje een half uurtje per boot voor de kust van het hoofdeiland. Alles uit de folders was daar: wit strand rondom, heerlijk warm zeewater met prachtig koraal en allerlei 'little nemo' visjes, vriendelijk personeel en heerlijk eten. Tijdens ons verblijf waren we 1 dag als enige gasten, en de andere dagen was er 1 ander koppel. Je roept iemand van de staf om een kokosnoot te plukken, en het volgende moment drink je het sap. Ze gaan met je mee naar goede snorkelplekjes, en verzorgen het watersportarsenaal (kleine catamaran, waterfiets, kayaks, spyboard etc.). Als er getrommeld wordt is er eten, en verder hoef je niet veel te doen. Jelmer wordt steeds vrijer in het water en ging zelfs met Erica met per spyboard (een half surfboard met een stukje glasbodem waardoor je de onderwaterwereld kunt zien) de zee op. Bauke vond vooral het strand leuk, maar durft ook al op de golven te drijven.
Vandaag zijn we dus weer naar het vaste land gegaan voor twee nachten in een hotel met zwembad (vinden Bauke en Jelmer ook niet erg). Morgen gaan we kijken of we nog iets van de omgeving kunnen zien, en overmorgen vliegen we het eerste deel van onze terugreis naar Seoul, Zuid Korea.
Vandaag zijn we dus weer naar het vaste land gegaan voor twee nachten in een hotel met zwembad (vinden Bauke en Jelmer ook niet erg). Morgen gaan we kijken of we nog iets van de omgeving kunnen zien, en overmorgen vliegen we het eerste deel van onze terugreis naar Seoul, Zuid Korea.
donderdag 25 februari 2010
Auckland
Vanochtend zijn we in Taupo in de bus gestapt voor onze laatste tocht in Nieuw Zeeland. We zitten nu in een voorstad van Auckland, en overmorgen (zaterdag 27 feb) gaat ons vliegtuig naar Fiji. Omdat we denken dat we in Fiji geen internet zullen hebben, zal dit het laatste bericht zijn dat jullie vanaf de andere kant van de wereld ontvangen. Maar wie weet, dus hou het wel in de gaten.
En we sluiten zeker nog af als we weer in Nederland zijn met wat verhalen en foto's uit Fiji.
En we sluiten zeker nog af als we weer in Nederland zijn met wat verhalen en foto's uit Fiji.
Taupo
Na Ohakune zijn we om lake Taupo (het grootste meer van Nieuw Zeeland, en zoveel duizend jaar geleden ontstaan door een vulkaanuitbarsting die in de hele wereld zijn sporen heeft nagelaten (onder ondere klimaatverandering) heen getrokken en in het gelijknamige plaatsje neergestreken. Jelmer en Bauke vinden het zwembad fantastisch, en wij klagen ook niet met een watertemperatuur van 32 graden en een deel dat tot 38 graden (geothermisch) wordt opgestookt. Kunnen we alvast wennen aan de temperaturen in Fiji zullen we maar zeggen. Dit geldt overigens ook voor de luchttemperatuur, die is zo rond de 25 graden. Waren Jelmer en Bauke voor de vakantie nog niet echt waterratten (mede dankzij ouders die beide geen zwemmers zijn), nu gaat het al best goed. Met zwembandjes om de armen trappelt Jelmer zelfstandig het hele zwembad door, en de laatste dagen probeert Bauke hem na te doen. Ook Richard is aan het oefenen, en wel met de snorkel, want dat is waarschijnlijk de enige fysieke inspanning die wij ons in Fiji gaan getroosten (OK, naast het elke ochtend de 10 meter afleggen van ons bed naar het strand).
Vanuit Taupo maakten we twee dagtochten naar thermische gebieden (plekken waar vulkanische activiteit bovengronds komt). De eerste is Orakei Karako, en de ander heet Wai-O-Tapu. Het is een kleurenfestijn van groot formaat, dus laat de foto's maar voor zichzelf spreken:
En na gedane arbeid (op de rug van je vader/moeder hangen is ook zwaar werk) is het goed patatten eten:
Vanuit Taupo maakten we twee dagtochten naar thermische gebieden (plekken waar vulkanische activiteit bovengronds komt). De eerste is Orakei Karako, en de ander heet Wai-O-Tapu. Het is een kleurenfestijn van groot formaat, dus laat de foto's maar voor zichzelf spreken:
Orakei Karako
idem
idem, Aladin's cave (er is ook nog een Maori naam, maar, en als antropoloog schaam ik me, die ben ik vergeten)
kokende modderpoel, Wai-O-Tapu
Champagne pool, ook in Wai-O-Tapu
Wai-O-Tapu, iets groens
En na gedane arbeid (op de rug van je vader/moeder hangen is ook zwaar werk) is het goed patatten eten:
Tongariro
Acht jaar geleden hebben we in de mist een deel (en dan ook nog het minst interessante deel) van de Tongariro crossing gelopen. Het moest een hele mooie wandeling zijn, maar daar hebben we dus niets van gezien.
We hebben deze keer even moeten wachten in Ohakune, maar het weer werd beter en het busje ging rijden. Op een wat bewolkte en toch nog mistige vrijdag heeft Erica de tocht volbracht, en op een stralende zaterdag deed Richard hetzelfde. Als extraatje hebben we beide de vulkaan Ngaruhu (ruime 2250 meter beklommen).
We hebben deze keer even moeten wachten in Ohakune, maar het weer werd beter en het busje ging rijden. Op een wat bewolkte en toch nog mistige vrijdag heeft Erica de tocht volbracht, en op een stralende zaterdag deed Richard hetzelfde. Als extraatje hebben we beide de vulkaan Ngaruhu (ruime 2250 meter beklommen).
Erica op de top van Ngaruhu
Die kegel rechts is dus bovengenoemde vulkaan, De linker bergen zijn de iets minder herkenbare toppen van de Tongariro vulkaan.
Uitzicht vanaf de rand van de 'red crater'
Iets onder het midden een lava veld, en iets boven het midden 'blue lake' (ja, erg origineel in benamingen zijn ze inderdaad niet geweest).
Eerst nog even wat foto's
Het heeft even geduurd, maar we hebben weer (betaalbaar) internet en, belangrijker, de mogelijkheid om foto's te uploaden. Bij deze dus nog wat foto's van Abel Tasman Nationaal Park, en Palmerston North.
droog gevallen lagune met op de achtergrond de duinen/het strand met daarachter de zee
Dit soort uitzichten heb je vanaf het kustpad
...en dit soort van de zogenaamde 'inland track'
vlak bij Cleopatra's pool
woensdag 17 februari 2010
Regen
We hebben er twee maanden onderuit kunnen komen, we hebben buien in de verte gezien, of geglimlacht als de regen viel terwijl wij net binnen zaten, maar nu op het Noorder Eiland is het weer voor het eerst een beetje spelbreker. Zodra we vorige week voet aan wal zetten in Wellington, is het niet echt mooi zonnig weer geweest. Het heeft ons verhinderd een wandeltocht te doen die we acht jaar geleden vanwege dezelfde reden ook al niet konden doen.
Maar omdat we bij Alistair en Tracy in Palmerston waren, en van hun gastvrijheid genoten, hebben we er niet veel onder geleden. We hebben er heerlijk uitgerust, heerlijk gegeten, Erica is naar een klassiek concert geweest, en de kinderen naar een indoor speeltuin. Dingen die je normaal gesproken niet zo snel doet op vakantie.
In Ohakune zitten we nu al 2 dagen te hopen op mooier weer. Het geeft kans om het blog even bij te werken (alhoewel hier jammergenoeg geen mogelijkheid is foto's te uploaden). Gisteren hebben we tussen de, overigens warme, buien door een korte wandeling gemaakt, en 's middags hebben Erica en daarna Richard per fiets een bergweg beklommen (600 meter stijging) die naar een mooi uitzichtspunt over de vulkaan Ruapehu leidt. Ruapehu ligt in Tongariro National Park en is met ruim 2700 meter de hoogste berg van het Noorder Eiland en een aktieve vulkaan. We gaan straks de stad in om te kijken of Erica morgen en Richard op zaterdag een tocht door het park kunnen maken. De vooruitzichten zijn goed, er moet alleen een busje rijden dat ons naar de start brengt. En of dat busje rijdt is afhankelijk van het weer.
Maar omdat we bij Alistair en Tracy in Palmerston waren, en van hun gastvrijheid genoten, hebben we er niet veel onder geleden. We hebben er heerlijk uitgerust, heerlijk gegeten, Erica is naar een klassiek concert geweest, en de kinderen naar een indoor speeltuin. Dingen die je normaal gesproken niet zo snel doet op vakantie.
In Ohakune zitten we nu al 2 dagen te hopen op mooier weer. Het geeft kans om het blog even bij te werken (alhoewel hier jammergenoeg geen mogelijkheid is foto's te uploaden). Gisteren hebben we tussen de, overigens warme, buien door een korte wandeling gemaakt, en 's middags hebben Erica en daarna Richard per fiets een bergweg beklommen (600 meter stijging) die naar een mooi uitzichtspunt over de vulkaan Ruapehu leidt. Ruapehu ligt in Tongariro National Park en is met ruim 2700 meter de hoogste berg van het Noorder Eiland en een aktieve vulkaan. We gaan straks de stad in om te kijken of Erica morgen en Richard op zaterdag een tocht door het park kunnen maken. De vooruitzichten zijn goed, er moet alleen een busje rijden dat ons naar de start brengt. En of dat busje rijdt is afhankelijk van het weer.
dinsdag 16 februari 2010
Ohakune
Het is even stil geweest vanaf deze kant van de oceaan, en de tijd die we nu hebben is beperkt (6 minuten), maar toch even een teken van leven.
Vanuit Kaikoura zijn we per bus naar Motueka gegaan, om even te relaxen, en om het Abel Tasman National park te bezoeken. We hebben er met z'n vieren gelopen, en we er allebei ook een dag alleen kunnen banjeren. Het Abel Tasman park is een kustpark met azuurblauwe kusten, goudgele stranden en dolfijnen die met je meezwemmen als je in de boot naar je bestemming wordt gebracht.
Vandaar zijn we naar Picton en het Noorder Eiland gegaan. We hebben 4 dagen bij vrienden in Palmerston North doorgebracht, en zijn nu in Ohakune. Hier willen we de bergen in, maar voorlopig is het weer niet echt goed (ook niet echt slecht, maar toch).
Jullie horen (en zien) van ons
Vanuit Kaikoura zijn we per bus naar Motueka gegaan, om even te relaxen, en om het Abel Tasman National park te bezoeken. We hebben er met z'n vieren gelopen, en we er allebei ook een dag alleen kunnen banjeren. Het Abel Tasman park is een kustpark met azuurblauwe kusten, goudgele stranden en dolfijnen die met je meezwemmen als je in de boot naar je bestemming wordt gebracht.
Vandaar zijn we naar Picton en het Noorder Eiland gegaan. We hebben 4 dagen bij vrienden in Palmerston North doorgebracht, en zijn nu in Ohakune. Hier willen we de bergen in, maar voorlopig is het weer niet echt goed (ook niet echt slecht, maar toch).
Jullie horen (en zien) van ons
donderdag 4 februari 2010
Albatrossen en walvissen
Terug in Dunedin boeken we een excursie naar de enige plek ter wereld waar albatrossen op het vaste land (en dus niet op een klein eilandje) broeden. Een albatros foto hebben we maar bij die van de Catlins gezet. Het komt natuurlijk niet over op de foto, maar die beesten zijn echt groot, en zeker hun spanweidte is enorm, tot zo'n 3 meter (als je dat zoals wij ziet terwijl even verderop een meeuw vliegt, krijg je er een beter idee bij)
Het grappigste feit vonden we dat als de jongen na 1 jaar wegvliegen, ze 5 jaar lang niet aan land komen (ze rusten op het water), en als ze dan voor het eerst moeten landen op vaste grond, ze meteen door hun poten zakken, en de eerste drie dagen nodig hebben om te leren staan en lopen. We zagen er een die het nog niet helemaal onder de knie had, en dat was een leuk gezicht.
Na de albatrossen zijn we de volgende dag eerst met een treintje en daarna met een bus noordwaarts gegaan tot Timaru. Gisteren zijn we vanuit Timaru verder gebusd naar Kaikoura. En daar zijn we nu. Richard heeft vanmiddag een walvissentrip gedaan en maar liefst zes bultruggen gespot. Een mooie ervaring.
Het grappigste feit vonden we dat als de jongen na 1 jaar wegvliegen, ze 5 jaar lang niet aan land komen (ze rusten op het water), en als ze dan voor het eerst moeten landen op vaste grond, ze meteen door hun poten zakken, en de eerste drie dagen nodig hebben om te leren staan en lopen. We zagen er een die het nog niet helemaal onder de knie had, en dat was een leuk gezicht.
Na de albatrossen zijn we de volgende dag eerst met een treintje en daarna met een bus noordwaarts gegaan tot Timaru. Gisteren zijn we vanuit Timaru verder gebusd naar Kaikoura. En daar zijn we nu. Richard heeft vanmiddag een walvissentrip gedaan en maar liefst zes bultruggen gespot. Een mooie ervaring.
Catlins, het verhaal
Nu we niet meer fietsen is het lastiger het blog bij te houden. Tijdens het fietsen hadden we meer regelmaat, maar nu we van bussen afhankelijk zijn en allerlei toeristische tours doen, zijn we vaak 's avonds 'laat' (voor de kinderen) pas weer bij de tent. En pas als ze slapen is er tijd voor de minder noodzakelijke dingen...
Op onze tour door de Catlins hebben we trouwens gemerkt dat we sowieso onze fietsen hier niet in de bus hadden kunnen doen. Ze werken met kleine 15-persoons wagens, en daar had ons fiets-arsenaal natuurlijk niet ingepast. We hebben dus de goede keuze gemaakt in Dunedin.
In de Catlins regent het 2 van elke 3 dagen, het kan er guur en onaangenaam zijn. Maar wij hebben geluk en de 3 dagen die we er doorbrengen is er 1 buitje gevallen. Voor de rest was het warm, zonnig en hebben Jelmer en Bauke heerlijk op het strand en in de zee kunnen spelen. Met als attractie dat zeeleeuwen en een blue-eyed pinguin 30 meter verder ook van de zelfde faciliteiten gebruik maakten. 's Avonds konden we aan de andere kant van het kleine schiereilandje de yellow-eyed pinguins aan land zien komen. Dat deden ze trouwens door over een versteend bos te lopen (je kunt de boomstammen nog duidelijk herkennen). Knallende golven die tegen de kust kapot slaan, en mooie zonsondergangen maakten het geheel perfect.
Na het verblijf aan het strand hebben we in 1 dag de rest van de Catlins bekeken. Een vuurtoren, een bos-/strandwandeling, een mooie waterval en nog meer zeeleeuwen. Oh ja, en nog een half uurtje een 'blue grass' festival bijgewoond in wat ze zelf ' the middle of nowhere' noemden.
Op onze tour door de Catlins hebben we trouwens gemerkt dat we sowieso onze fietsen hier niet in de bus hadden kunnen doen. Ze werken met kleine 15-persoons wagens, en daar had ons fiets-arsenaal natuurlijk niet ingepast. We hebben dus de goede keuze gemaakt in Dunedin.
In de Catlins regent het 2 van elke 3 dagen, het kan er guur en onaangenaam zijn. Maar wij hebben geluk en de 3 dagen die we er doorbrengen is er 1 buitje gevallen. Voor de rest was het warm, zonnig en hebben Jelmer en Bauke heerlijk op het strand en in de zee kunnen spelen. Met als attractie dat zeeleeuwen en een blue-eyed pinguin 30 meter verder ook van de zelfde faciliteiten gebruik maakten. 's Avonds konden we aan de andere kant van het kleine schiereilandje de yellow-eyed pinguins aan land zien komen. Dat deden ze trouwens door over een versteend bos te lopen (je kunt de boomstammen nog duidelijk herkennen). Knallende golven die tegen de kust kapot slaan, en mooie zonsondergangen maakten het geheel perfect.
Na het verblijf aan het strand hebben we in 1 dag de rest van de Catlins bekeken. Een vuurtoren, een bos-/strandwandeling, een mooie waterval en nog meer zeeleeuwen. Oh ja, en nog een half uurtje een 'blue grass' festival bijgewoond in wat ze zelf ' the middle of nowhere' noemden.
dinsdag 2 februari 2010
de Catlins
Voor de verandering eerst even wat foto's:
(zeeleeuwen)
(blue-eyed pinguin)
(yellow-eyed pinguin)
(albatros)
Foto's toegevoegd
In de berichten over Flordland en de OPtago Rail Trail hebben we enkele foto's toegevoegd.
woensdag 27 januari 2010
Fjordland en het zuiden
Zoals aangekondigd zijn we per bus vanuit Dunedin naar Te Anau vertrokken. We weten meteen waarom we het fietsen zo leuk vonden: je bent je eigen baas. De bus waar we mee meemoeten gaat pas om 14:00 weg, en komt pas om 18:45 aan. Dan nog naar de camping, tent op zetten en eten koken. De jongens kunnen pas rond 21:00 (doodop) naar bed.
De eerste dag in Te Anau regelen we de Doubtful Sound tour, en zien we wat vogels in het wildlife centre. Vooral de niet vliegende Takahe is bijzonder. Het is een forse kip, maar dan donkerblauw en zwart, en men dacht dat deze was uitgestorven. Totdat iemand halverwege de vorige eeuw een exemplaar in Fjordland tegenkwam. Sindsdien wordt geprobeerd de populatie weer wat groter te maken, maar meer dan een paar honderd zijn het er nog altijd niet. Weg kunnen vliegen als er een roofdier aankomt heeft zo z'n voordeel.
De Doubtful Sound is een enorm fjord van meer dan 100 km lang. Je komt er door een tocht over Lake Manapouri en een bustocht over Wilmot Pass (die bussen kunnen overigens alleen per boot daar gebracht worden, de weg over de pass sluit nergens op aan). Voordeel van deze moeilijk te bereiken Sound is dat er minder toeristen kunnen komen. Voor iedereen die de Noorse fjorden kent: hier is het mee te vergelijken, alleen is er in het hele fjord (behalve dan bij de aanlegsteiger) geen teken van beschaving te vinden, en zijn de steile bergen die uit de zee rijzen tot op 900 meter bedekt met (gematigd) regenwoud. De bergen die we zien zijn zo'n 1000 tot 1500 meter hoog.
Er valt hier per jaar 7 tot 9 meter regen, maar vandaag is een schittende dag. Bijna geen wolken, alleen wat wind. Als we buitengaats komen belemmerd de wind ons ook om naar een zeeleeuwenkolonie te gaan. De golven doen de catamaran flink schommelen, en Erica, Jelmer en Bauke vinden dat niet zo fijn. Ter compensatie gaan we wat zij-armen van het fjord in, die ook bijzonder mooi zijn.
De derde dag in Te Anau gaan we in tweetallen op pad. Erica gaat met de watertaxi naar hjet begin van de keplertrack en loopt met Bauke op de rug van 200 tot de hut op ongeveer 1100 meter. Hier hebben we 8 jaar geleden ook gelopen. Het weer is nog steeds goed en ze heeft prachtige uitzichten over fjordland en omringende berggebieden. Richard gaat met Jelmer naar de Glowworm caves. Ook dit hebben we acht jaar geleden gedaan, en Richard vond het zo mooi en apart dat hij dit nogmaals wilde zien. Met een boot gaan ze naar de ingang van de grot. Het pad in de grot volgt een onderaardse rivier waarin oorverdovende watervallen voor prachtig spektakel zorgen. Op een bepaald punt gaan we in een bootje en worden we langzaam verder geleid. Hier is het expres donker gehouden en zien we de glowworms: Beestjes die licht maken om voedsel aan te trekken (hoe meer honger, hoe feller het lichtje). Het geheel lijkt op een sterrenhemel, maar dan heel dichtbij. Heel sprookjesachtig en wonderlijk.
Vandaag zijn we met de bus naar Invercargill gereisd. Op onze wandeltocht was dit de op een na laatste halteplaats. Vanuit onze kamer in het hostel kunnen we de heuvel van Bluff zien liggen, het echte eind van onze tocht. Jammergenoeg gaan er 's middags geen bussen naar toe, anders hadden we misschien uit nostalgie even gaan kijken.
Vanochtend ging het trouwens wel even mis. We zouden om 7 uur opgepikt worden (weer een reden om onze fietsen te missen), maar er kwam niets. Ja, twee busjes, maar die reden vrolijk door (vriendelijk terugzwaaiend naar Erica, die hun aandacht probeerde te trekken). Na een telefoontje werden we gelukkig omgeboekt naar een andere maatschappij die om 8 uur zou vertrekken en iets vertraging had. En daarom zijn we toch nog hier. Vanmiddag hebben we Henry bezocht. Een meer dan 120 jaar oude Tuatara. Tuatara komen uit het tijdperk van de dinosaurussen maar zijn vergeten uit te sterven. 8 jaar geleden leefde Henry nog, en het was goed te zien dat er nog steeds beweging in de oude rakker zat.
Verder hebben we het volgende geregeld: morgen gaan we de Catlins in. We verblijven 3 nachten in Curio Bay aan het strand, en gaan dan weer terug naar Dunedin. Vanuit Dunedin gaan we per trein, bus, bus en bus naar Kaikoura. Daar zijn we dan volgende week woensdag.
De eerste dag in Te Anau regelen we de Doubtful Sound tour, en zien we wat vogels in het wildlife centre. Vooral de niet vliegende Takahe is bijzonder. Het is een forse kip, maar dan donkerblauw en zwart, en men dacht dat deze was uitgestorven. Totdat iemand halverwege de vorige eeuw een exemplaar in Fjordland tegenkwam. Sindsdien wordt geprobeerd de populatie weer wat groter te maken, maar meer dan een paar honderd zijn het er nog altijd niet. Weg kunnen vliegen als er een roofdier aankomt heeft zo z'n voordeel.
De Doubtful Sound is een enorm fjord van meer dan 100 km lang. Je komt er door een tocht over Lake Manapouri en een bustocht over Wilmot Pass (die bussen kunnen overigens alleen per boot daar gebracht worden, de weg over de pass sluit nergens op aan). Voordeel van deze moeilijk te bereiken Sound is dat er minder toeristen kunnen komen. Voor iedereen die de Noorse fjorden kent: hier is het mee te vergelijken, alleen is er in het hele fjord (behalve dan bij de aanlegsteiger) geen teken van beschaving te vinden, en zijn de steile bergen die uit de zee rijzen tot op 900 meter bedekt met (gematigd) regenwoud. De bergen die we zien zijn zo'n 1000 tot 1500 meter hoog.
Er valt hier per jaar 7 tot 9 meter regen, maar vandaag is een schittende dag. Bijna geen wolken, alleen wat wind. Als we buitengaats komen belemmerd de wind ons ook om naar een zeeleeuwenkolonie te gaan. De golven doen de catamaran flink schommelen, en Erica, Jelmer en Bauke vinden dat niet zo fijn. Ter compensatie gaan we wat zij-armen van het fjord in, die ook bijzonder mooi zijn.
De derde dag in Te Anau gaan we in tweetallen op pad. Erica gaat met de watertaxi naar hjet begin van de keplertrack en loopt met Bauke op de rug van 200 tot de hut op ongeveer 1100 meter. Hier hebben we 8 jaar geleden ook gelopen. Het weer is nog steeds goed en ze heeft prachtige uitzichten over fjordland en omringende berggebieden. Richard gaat met Jelmer naar de Glowworm caves. Ook dit hebben we acht jaar geleden gedaan, en Richard vond het zo mooi en apart dat hij dit nogmaals wilde zien. Met een boot gaan ze naar de ingang van de grot. Het pad in de grot volgt een onderaardse rivier waarin oorverdovende watervallen voor prachtig spektakel zorgen. Op een bepaald punt gaan we in een bootje en worden we langzaam verder geleid. Hier is het expres donker gehouden en zien we de glowworms: Beestjes die licht maken om voedsel aan te trekken (hoe meer honger, hoe feller het lichtje). Het geheel lijkt op een sterrenhemel, maar dan heel dichtbij. Heel sprookjesachtig en wonderlijk.
Vandaag zijn we met de bus naar Invercargill gereisd. Op onze wandeltocht was dit de op een na laatste halteplaats. Vanuit onze kamer in het hostel kunnen we de heuvel van Bluff zien liggen, het echte eind van onze tocht. Jammergenoeg gaan er 's middags geen bussen naar toe, anders hadden we misschien uit nostalgie even gaan kijken.
Vanochtend ging het trouwens wel even mis. We zouden om 7 uur opgepikt worden (weer een reden om onze fietsen te missen), maar er kwam niets. Ja, twee busjes, maar die reden vrolijk door (vriendelijk terugzwaaiend naar Erica, die hun aandacht probeerde te trekken). Na een telefoontje werden we gelukkig omgeboekt naar een andere maatschappij die om 8 uur zou vertrekken en iets vertraging had. En daarom zijn we toch nog hier. Vanmiddag hebben we Henry bezocht. Een meer dan 120 jaar oude Tuatara. Tuatara komen uit het tijdperk van de dinosaurussen maar zijn vergeten uit te sterven. 8 jaar geleden leefde Henry nog, en het was goed te zien dat er nog steeds beweging in de oude rakker zat.
Verder hebben we het volgende geregeld: morgen gaan we de Catlins in. We verblijven 3 nachten in Curio Bay aan het strand, en gaan dan weer terug naar Dunedin. Vanuit Dunedin gaan we per trein, bus, bus en bus naar Kaikoura. Daar zijn we dan volgende week woensdag.
vrijdag 22 januari 2010
Onze Plannen
In Dunedin zijn we eerst naar de fietsenmaker gegaan. De wielen blijken heel simpel gemaakt te kunnen worden, en binnen een paar minuten staan we weer buiten. We kunnen dus verder, denken we.
In het informatiebureau blijkt echter dat onze plannen niet echt haalbaar zijn. We willen namelijk met onze fietsen en karren per bus naar Te Anau, dan naar Invercargill en van daar uit gaan fietsen door de Catlins. Ook het laatste stukje zouden we weer van de bus gebruik maken. In bussen geldt namelijk dat fietsen en karren alleen mee mogen als de chauffeur dat toestaat. Dat weet je dus niet van te voren. Daarnaast wilden we vanuit de Catlins een sightseeing tour doen om alle bezienswaardigheden (die meestal alleen via 8 km gravel, een weiland of een omweg te bereiken zijn) te zien. Die blijken er niet te zijn. Alleen vanuit Dunedin en Invercargill gaan er tours.
We denken er nog even over na, en besluiten dan dat de fietstocht over is. We leveren morgen onze fietsen in. We zijn waar we moeten zijn, hebben ruim 850 kilometer in een maand gefietst, en om nu nog heel veel moeite te doen voor 4 extra fietsdagen zien we niet zitten. Het is mooi geweest zo.
We gaan nog steeds hetzelfde rondje doen: Morgen naar Te Anau (voor een cruise door Doubtful Sound, in het fjordengebied van Nieuw Zeeland), dan naar Invercargill, en na een tour door de Catlins komen we weer terug in Dunedin. Oh ja, in de Catlins gaan we op zoek naar pinguins, dolfijnen, zeeleeuwen en albatrossen. Jullie horen later hoeveel van wat we gezien hebben.
In het informatiebureau blijkt echter dat onze plannen niet echt haalbaar zijn. We willen namelijk met onze fietsen en karren per bus naar Te Anau, dan naar Invercargill en van daar uit gaan fietsen door de Catlins. Ook het laatste stukje zouden we weer van de bus gebruik maken. In bussen geldt namelijk dat fietsen en karren alleen mee mogen als de chauffeur dat toestaat. Dat weet je dus niet van te voren. Daarnaast wilden we vanuit de Catlins een sightseeing tour doen om alle bezienswaardigheden (die meestal alleen via 8 km gravel, een weiland of een omweg te bereiken zijn) te zien. Die blijken er niet te zijn. Alleen vanuit Dunedin en Invercargill gaan er tours.
We denken er nog even over na, en besluiten dan dat de fietstocht over is. We leveren morgen onze fietsen in. We zijn waar we moeten zijn, hebben ruim 850 kilometer in een maand gefietst, en om nu nog heel veel moeite te doen voor 4 extra fietsdagen zien we niet zitten. Het is mooi geweest zo.
We gaan nog steeds hetzelfde rondje doen: Morgen naar Te Anau (voor een cruise door Doubtful Sound, in het fjordengebied van Nieuw Zeeland), dan naar Invercargill, en na een tour door de Catlins komen we weer terug in Dunedin. Oh ja, in de Catlins gaan we op zoek naar pinguins, dolfijnen, zeeleeuwen en albatrossen. Jullie horen later hoeveel van wat we gezien hebben.
Dag 18: Middlemarch naar Pukerangi - 21 km, en per trein naar Dunedin
De trein vertrekt om 11:45, we moeten er om 11:30 zijn en de afstand is 21 kilometer. Als je om 9:15 vertrekt moet je dus ruim de tijd hebben, denk je. De eerste kilometers over een goed geasfalteerde weg, die ook nog vlak is, gaan ook voorspoedig. Maar dan komt de afslag naar Pukerangi. Direct rijden we afwisselend door strand en grindpad, en ook nog eens op en neer. We slippen steeds weg, en komen nauwelijks vooruit. Ook de wielen gaan weer los zitten. Als we na drie kwartier asfalt zien, denken we eerst aan een fata morgana, maar het blijkt waar. Relaxt fietsen we verder. Totdat we een steile heuvel tegenkomen, een hele steile heuvel. En dan wordt het snel later. En heter trouwens. Het zweet druipt van onze lichamen, want het is alweer (tenminste, sinds dat we in de buurt van Alexandra zijn) boven de 25 graden. Met veel moeite komen we boven, en nog een keer boven (de top was dus nog niet bereikt), en nog een keer boven. Op het moment dat we weten dat we het zelfs lopend nog zouden kunnen halen, worden we rustiger, en dat het laatste stuk weer over gravel gaat is meer vervelend dan hinderlijk.
De treinreis op de Taieri Gorge Railway wordt aanbevolen als "one of the world's great train trips". De kloof is mooi, de uitzichten leuk, de trein is gammel en heeft zo ook z'n charme, je kunt buiten op het bordes staan, maar overdrijven is ook een vak. We dalen langzaam maar zeker af naar de kust, en even voor dunedin komen we op het 'reguliere' spoor terecht. Er moet met Wellington gebeld worden om toestemming te krijgen hierop te gaan. En na vijf minuten hebben we die ook.
Dunedin heeft een mooi oud stationsgebouw en heel veel heuvels. En laat de camping nu net over een extra lange en steile liggen. Duwend en zwetend komen we boven. Maar de camping heeft wel een verwarmd binnenzwembad, en dat vergoed veel (voor Jelmer en Bauke).
De treinreis op de Taieri Gorge Railway wordt aanbevolen als "one of the world's great train trips". De kloof is mooi, de uitzichten leuk, de trein is gammel en heeft zo ook z'n charme, je kunt buiten op het bordes staan, maar overdrijven is ook een vak. We dalen langzaam maar zeker af naar de kust, en even voor dunedin komen we op het 'reguliere' spoor terecht. Er moet met Wellington gebeld worden om toestemming te krijgen hierop te gaan. En na vijf minuten hebben we die ook.
Dunedin heeft een mooi oud stationsgebouw en heel veel heuvels. En laat de camping nu net over een extra lange en steile liggen. Duwend en zwetend komen we boven. Maar de camping heeft wel een verwarmd binnenzwembad, en dat vergoed veel (voor Jelmer en Bauke).
Dag 14, 15, 16 en 17: de Otago Rail Trail - 150 km
Waarschuwing: Het volgende bericht kan schokkend zijn voor ProRailers. Gelieve deze tekst met collega's of leidinggevende te lezen. Als u na het lezen van het bericht in geestelijke nood verkeert, kunt u bellen met uw dichtsbijzijnde netwerkbestuurder.
We zouden in Alexandra naar het zuiden afslaan, en dan wat dagen door boerenland rijden om uiteindelijk in de Catlins te komen (een streek in het uiterste zuiden die we graag willen bezoeken). Echter, de zeven kilometer van Clyde naar Alexandra op de Otago Rail Trail heeft ons anders doen beslissen.
De Otaga Rail Trail is 150 kilometer voormalige spoorlijn, ontdaan van alle rails (ProRail lezers: u kunt nu nog stoppen), wissels, seinen, beveiliging en al het andere wat een spoorlijn een spoorlijn maakt. De bruggen en tunnels zijn echter gebleven, en van de baan is een wandel- en mountainbike pad gemaakt. Met als voordeel dat het stijgingspercentage nooit meer dan 2% bedraagt. Wat wij het grootste voordeel vinden is dat je weg van de auto's bent. Het probleem was echter de term 'mountainbike pad'. Wij hebben namelijk gewone (race)fietsen. Maar het ritje vanuit Clyde was ons goed bevallen. Veel erger dan een niet geasfalteerd bospad is het niet, en dus hebben we de plannen gewijzigd. We gaan het treinspoor fietsen.
De eerste twee dagen van de trail gaan omhoog, zo'n 400 meter, tot de top op ruim 600 meter, en de laatste twee dagen gaan omlaag naar een plaatsje dat Middlemarch heet. Onderweg moeten we door 3 grote tunnels heen (de langste is ruim 200 meter, onverlicht, met bocht) en over een aantal imposante ijzeren bruggen. We maken relatief korte dagen, maar al dat hobbelen over gravel gaat niet snel, en we zijn afhankelijk van overnachtingsplaatsen. De eerste is een compleet huis dat we gehuurd hebben, en dat in een klein gehucht direct naast het pad ligt (Erica riep bij het naderen al dat dat wel ons gereserveerde huisje mocht zijn, en dat bleek gelukkig waar).
De tweede dag moeten we het steilste stuk klimmen (2% dus, maar men had hier wel twee locs voor nodig), en we volgen zelfs een soort S-slinger om hoger op de heuvel, en bij de ingang van een kleine kloof te komen. Daar zijn ook twee lange tunnels. Jelmer en Bauke (ieder met een lichtje) vinden het reuze spannend. Jelmer wil er zelf door heen lopen (fietsen mag niet), maar als het donkerder wordt, pakt hij wel Erica's hand vast. In de tweede tunnel zie je bij de ingang al een stukje uitgang, dus deze is veel minder 'eng'.
Het landschap om ons heen ziet er trouwens dor en kaal uit, met enkele rivierbeddingen waarin dan een strook groene bomen groeit. Andere delen zijn groener en worden bevolkt door schapen.
Ook de tweede nacht verblijven we niet in onze tent, maar in een huisje (minder luxe en groot dan de eerste dag). We eten in de plaatselijke pub de streekgerechten lam en biefstuk. De kinderen zijn niet ontevreden met patat, mayonaise (hebben ze zowaar) en hotdogs.
De derde en vierde dag gaan bergaf, maar niet altijd sneller. Op sommige stukken heb je het idee dat je over/door een slecht aangeharkt grindpad van een landhuis rijdt, op andere dat alle keien uit de omgeving zijn opgegraven en hier zijn neergelegd. Ondanks dit alles genieten we van de rust, de ruimte en de uitzichten.
Wat wel een probleem is, is dat van iedere fietskar een wiel losraakt tijdens het rijden. Het wiel komt steeds verder uit de as, en we moeten hem dan terugduwen, maar krijgen ze niet helemaal vastgezet. Op de Trail gebeurt dit (door de ondergrond) vaker dan op asfalt (al in Omarama begon dit probleem), en we beginnen wat zorgen te krijgen over het vervolg van onze fietstocht.
Over het vervolg van onze fietstocht kunnen we trouwens nadenken in Middelmarch, het eindpunt van de trail. We hebben hier een rustdag ingelast, in het dorp is werkelijk niets te doen en de camping staat zo goed als leeg. Om van hier naar Dunedin te komen is eenvoudig: 21 kilometer over een deels asfalt-, deels gravelweg om bij het eindstation van de Taieri Gorge Railway te komen, en dan 60 kilometer over het deel van het spoor dat nog niet weggehaald is, en nu als toeristische attractie wordt aangeprezen. De fietsen kunnen met de trein mee, en zo komen we in hartje Dunedin zonder ons druk te maken over highways en ander druk verkeer.
We zouden in Alexandra naar het zuiden afslaan, en dan wat dagen door boerenland rijden om uiteindelijk in de Catlins te komen (een streek in het uiterste zuiden die we graag willen bezoeken). Echter, de zeven kilometer van Clyde naar Alexandra op de Otago Rail Trail heeft ons anders doen beslissen.
De Otaga Rail Trail is 150 kilometer voormalige spoorlijn, ontdaan van alle rails (ProRail lezers: u kunt nu nog stoppen), wissels, seinen, beveiliging en al het andere wat een spoorlijn een spoorlijn maakt. De bruggen en tunnels zijn echter gebleven, en van de baan is een wandel- en mountainbike pad gemaakt. Met als voordeel dat het stijgingspercentage nooit meer dan 2% bedraagt. Wat wij het grootste voordeel vinden is dat je weg van de auto's bent. Het probleem was echter de term 'mountainbike pad'. Wij hebben namelijk gewone (race)fietsen. Maar het ritje vanuit Clyde was ons goed bevallen. Veel erger dan een niet geasfalteerd bospad is het niet, en dus hebben we de plannen gewijzigd. We gaan het treinspoor fietsen.
De eerste twee dagen van de trail gaan omhoog, zo'n 400 meter, tot de top op ruim 600 meter, en de laatste twee dagen gaan omlaag naar een plaatsje dat Middlemarch heet. Onderweg moeten we door 3 grote tunnels heen (de langste is ruim 200 meter, onverlicht, met bocht) en over een aantal imposante ijzeren bruggen. We maken relatief korte dagen, maar al dat hobbelen over gravel gaat niet snel, en we zijn afhankelijk van overnachtingsplaatsen. De eerste is een compleet huis dat we gehuurd hebben, en dat in een klein gehucht direct naast het pad ligt (Erica riep bij het naderen al dat dat wel ons gereserveerde huisje mocht zijn, en dat bleek gelukkig waar).
De tweede dag moeten we het steilste stuk klimmen (2% dus, maar men had hier wel twee locs voor nodig), en we volgen zelfs een soort S-slinger om hoger op de heuvel, en bij de ingang van een kleine kloof te komen. Daar zijn ook twee lange tunnels. Jelmer en Bauke (ieder met een lichtje) vinden het reuze spannend. Jelmer wil er zelf door heen lopen (fietsen mag niet), maar als het donkerder wordt, pakt hij wel Erica's hand vast. In de tweede tunnel zie je bij de ingang al een stukje uitgang, dus deze is veel minder 'eng'.
Het landschap om ons heen ziet er trouwens dor en kaal uit, met enkele rivierbeddingen waarin dan een strook groene bomen groeit. Andere delen zijn groener en worden bevolkt door schapen.
Ook de tweede nacht verblijven we niet in onze tent, maar in een huisje (minder luxe en groot dan de eerste dag). We eten in de plaatselijke pub de streekgerechten lam en biefstuk. De kinderen zijn niet ontevreden met patat, mayonaise (hebben ze zowaar) en hotdogs.
De derde en vierde dag gaan bergaf, maar niet altijd sneller. Op sommige stukken heb je het idee dat je over/door een slecht aangeharkt grindpad van een landhuis rijdt, op andere dat alle keien uit de omgeving zijn opgegraven en hier zijn neergelegd. Ondanks dit alles genieten we van de rust, de ruimte en de uitzichten.
Wat wel een probleem is, is dat van iedere fietskar een wiel losraakt tijdens het rijden. Het wiel komt steeds verder uit de as, en we moeten hem dan terugduwen, maar krijgen ze niet helemaal vastgezet. Op de Trail gebeurt dit (door de ondergrond) vaker dan op asfalt (al in Omarama begon dit probleem), en we beginnen wat zorgen te krijgen over het vervolg van onze fietstocht.
Over het vervolg van onze fietstocht kunnen we trouwens nadenken in Middelmarch, het eindpunt van de trail. We hebben hier een rustdag ingelast, in het dorp is werkelijk niets te doen en de camping staat zo goed als leeg. Om van hier naar Dunedin te komen is eenvoudig: 21 kilometer over een deels asfalt-, deels gravelweg om bij het eindstation van de Taieri Gorge Railway te komen, en dan 60 kilometer over het deel van het spoor dat nog niet weggehaald is, en nu als toeristische attractie wordt aangeprezen. De fietsen kunnen met de trein mee, en zo komen we in hartje Dunedin zonder ons druk te maken over highways en ander druk verkeer.
Dag 13: Cromwell naar Alexandra - 32 km
De wind is gedraaid. Het regent. We zitten binnen in de televisiekamer en zien hoe de takken van de bomen heen en weer gezwiept worden. Het is maar 32 kilometer vandaag, maar het zou onze eerste dag met regen worden (Richards reden om te blijven zitten) of de zoveelste met harde tegenwind (Erica's reden om te blijven zitten). Om kwart over tien wagen we het er toch maar op. Het is al een kwartier aardig droog en ook de wind lijkt af te zwakken.
Dat van de regen is waar, maar het waait nog steeds hard. Het eerste uur op de drukke weg langs het smalle stuwmeer halen we niet meer dan 10 kilometer. Het stuwmeer wordt omringt door kale rotsen en de wind heeft hier vrij spel. En dan hebben we ook weer eens een lekke band bij een van de fietskarren. Nummer 5 of 6 alweer. Gelukkig gaat het tweede uur van de tocht de wind liggen en boeken we wat meer vooruitgang. Lunch is bij de dam van het stuwmeer. Een dam die heel Christchurch en Dunedin (de 2 grootste steden van het zuidelijk eiland) van stroom kan voorzien.
Vanaf de dam is het niet ver meer naar Alexandra, en mogen we de eerste zeven kilometer van de Otago Rail Trail rijden. Maar daar over meer in het volgende bericht.
Dat van de regen is waar, maar het waait nog steeds hard. Het eerste uur op de drukke weg langs het smalle stuwmeer halen we niet meer dan 10 kilometer. Het stuwmeer wordt omringt door kale rotsen en de wind heeft hier vrij spel. En dan hebben we ook weer eens een lekke band bij een van de fietskarren. Nummer 5 of 6 alweer. Gelukkig gaat het tweede uur van de tocht de wind liggen en boeken we wat meer vooruitgang. Lunch is bij de dam van het stuwmeer. Een dam die heel Christchurch en Dunedin (de 2 grootste steden van het zuidelijk eiland) van stroom kan voorzien.
Vanaf de dam is het niet ver meer naar Alexandra, en mogen we de eerste zeven kilometer van de Otago Rail Trail rijden. Maar daar over meer in het volgende bericht.
woensdag 13 januari 2010
Dag 12: Wanaka naar Cromwell - 58 km
Op sommige dagen moet je voor iedere meter vechten (bv. Tarras naar Wanaka), en op andere dagen krijg je het (gevoelsmatig) bijna kado. Gelukkig valt vandaag in de laatste categorie, want we hadden een beetje schrik van de bijna 60 kilometer over heuvelachtig terrein.
Allereerst moeten we 11 kilometer terug over de weg waarover we ook (moeizaam) gekomen zijn, maar na de rustdagen valt het alleszins mee. De veneinige klimmetjes komen we goed over. Dat komt ook door de lichte meewind die we hebben. Daarna volgen meer heuvels, maar we gaan voornamelijk bergaf. De wind blijft verrasend afwezig. De tol die we hiervoor betalen is een donkergrijs wolkendek waaruit heel af en toe een druppel regen valt. Om 13:30 zijn we al op de camping.
Veel mensen die we tegenkomen vragen ons hoe de kinderen het vinden, zo de hele tijd in de fietskar. Die vraag zullen jullie dus ook wel hebben. Nou, ze vinden het leuk. Jelmer zingt (nog steeds sinterklaasliedjes en keihard 'vader Jakob'), speelt wat met zijn Cars auto's en monstertruck en kijkt om zich heen. Bauke slaapt veel, speelt met zijn monstertruck en ziet vliegtuigen, trekkers en watervallen (en roept dat dan ook). Wat ze ook enthousiast maakt is dat er iedere keer weer een nieuwe camping is, met...een nieuwe speeltuin. Deze in Cromwell heeft een springkussen.
Ook helpen ze mee met het opzetten en afbreken van de tent. Over 'afbreken' gesproken, de tent heeft al twee beschadigde tentstokken. Tot nu toe hebben we het kunnen repareren, maar een volgende...
Allereerst moeten we 11 kilometer terug over de weg waarover we ook (moeizaam) gekomen zijn, maar na de rustdagen valt het alleszins mee. De veneinige klimmetjes komen we goed over. Dat komt ook door de lichte meewind die we hebben. Daarna volgen meer heuvels, maar we gaan voornamelijk bergaf. De wind blijft verrasend afwezig. De tol die we hiervoor betalen is een donkergrijs wolkendek waaruit heel af en toe een druppel regen valt. Om 13:30 zijn we al op de camping.
Veel mensen die we tegenkomen vragen ons hoe de kinderen het vinden, zo de hele tijd in de fietskar. Die vraag zullen jullie dus ook wel hebben. Nou, ze vinden het leuk. Jelmer zingt (nog steeds sinterklaasliedjes en keihard 'vader Jakob'), speelt wat met zijn Cars auto's en monstertruck en kijkt om zich heen. Bauke slaapt veel, speelt met zijn monstertruck en ziet vliegtuigen, trekkers en watervallen (en roept dat dan ook). Wat ze ook enthousiast maakt is dat er iedere keer weer een nieuwe camping is, met...een nieuwe speeltuin. Deze in Cromwell heeft een springkussen.
Ook helpen ze mee met het opzetten en afbreken van de tent. Over 'afbreken' gesproken, de tent heeft al twee beschadigde tentstokken. Tot nu toe hebben we het kunnen repareren, maar een volgende...
Aspiring National Park
Acht jaar geleden liepen we (je moet toch wat) van het noordelijkste kaap van Nieuw Zeeland naar het zuidelijkste rotspuntje. Dat is zo'n 2800 kilometer en we hebben er dan ook vijf maanden over gedaan. Wanaka is de enige plek op het zuider eiland waar we in onze voetstappen zullen treden, en wel in het Mount Aspiring National park. We hebben vervoer geboekt naar de Matukituki vallei om daar de Rob Roy Glacier wandeling te doen. Maar liefst 25 minuten zullen we dan over het pad lopen dat we acht jaar geleden ook liepen.
Van de drie dagen in Wanaka hebben we de beste dag 'uitgekozen'. Een stralend blauwe hemel verwelkomt ons, en doet ons vermoeden dat we vandaag wat uitzichten zullen zien die we de vorige keer niet zagen. De chauffeur van het busje dat ons brengt, benadrukt meerdere malen dat dit de eerste keer in 2 weken is dat er uberhaupt iets te zien is. We voelen ons bevoorrecht.
De wandeling doen we met ons vieren. Bauke achterop in de draagzak bij Richard, een rugzakje voor op bij Richard, en Jelmer als een soort levende rugzak bij Erica om de nek (diepe buiging van Richard voor Erica hiervoor), en soms ook lopend. Het is een goed pad, en we winnen snel hoogte. Op het eerste uitzichtspunt blijven Jelmer en Bauke met Richard achter, terwijl Erica het laatste stuk loopt. Terwijl de drie hun boterham opeten komt er een kea langs. Kea's zijn bergpapagaaien, en heel slim. Ze vernielen van alles, en ook deze wil graag onze tassen bezichtingen. Jelmer en Bauke vinden het maar niets, die grote vogel zo dicht bij hun.
Als Erica terug is, mag Richard ook even op en neer naar boven. De uitzichten zijn Wonderbaarlijk.
Van de drie dagen in Wanaka hebben we de beste dag 'uitgekozen'. Een stralend blauwe hemel verwelkomt ons, en doet ons vermoeden dat we vandaag wat uitzichten zullen zien die we de vorige keer niet zagen. De chauffeur van het busje dat ons brengt, benadrukt meerdere malen dat dit de eerste keer in 2 weken is dat er uberhaupt iets te zien is. We voelen ons bevoorrecht.
De wandeling doen we met ons vieren. Bauke achterop in de draagzak bij Richard, een rugzakje voor op bij Richard, en Jelmer als een soort levende rugzak bij Erica om de nek (diepe buiging van Richard voor Erica hiervoor), en soms ook lopend. Het is een goed pad, en we winnen snel hoogte. Op het eerste uitzichtspunt blijven Jelmer en Bauke met Richard achter, terwijl Erica het laatste stuk loopt. Terwijl de drie hun boterham opeten komt er een kea langs. Kea's zijn bergpapagaaien, en heel slim. Ze vernielen van alles, en ook deze wil graag onze tassen bezichtingen. Jelmer en Bauke vinden het maar niets, die grote vogel zo dicht bij hun.
Als Erica terug is, mag Richard ook even op en neer naar boven. De uitzichten zijn Wonderbaarlijk.
zondag 10 januari 2010
Dag 11: Tarras naar Wanaka - 40 km
Vijf dagen fietsen achter elkaar, een irritante wind, heuvels en niet lekker rijdend asfalt maken dit tot een moeilijkere dag dan we dachten. Het landschap is ook niet echt inspirerend, behalve dan wat witte sneeuw- en ijsvlekken ver weg tussen laaghangende bewolking (zou het mount Aspiring zijn, de hoogste berg buiten het Mt. Cook gebied die we acht jaar geleden, vanwege toen ook al niet bijster goed weer, niet gezien hebben).
Wanaka is bekend voor ons, maar de schok is groot weer in zo'n grote stad te zijn (maar liefst 5000 inwoners). Er zijn nog net geen stoplichten, maar wel een grote new world supermarkt waar we ons eten en drinken kunnen inslaan.
Wanaka is bekend voor ons, maar de schok is groot weer in zo'n grote stad te zijn (maar liefst 5000 inwoners). Er zijn nog net geen stoplichten, maar wel een grote new world supermarkt waar we ons eten en drinken kunnen inslaan.
Dag 10: Lindis Pass naar Tarras - 50 km
De nacht op Lindis Pass was rustig, maar 's ochtends komt de wind al weer opzetten vanuit het dal. Dit betekent dat we geen fijne afdaling hebben, omdat we al snel bij moeten trappen om vooruit te komen. Ook zijn er her en der kleine klimmetjes ingelast, alhoewel we deze niet heel erg vinden omdat we op deze manier wat warmer worden. De wind, die uit het zuid-westen komt, is namelijk afkomstig van de zuidpool. En alhoewel hij op zijn reis wel iets opgewarmd is, vinden we het nog steeds koel. Vlak voor Tarras moeten we van het ene rivierdal naar het andere, en dat betekent een pittig klimmetje. Maar met een paar stops (om van het uitzicht te genieten natuurlijk) komen we weer boven. Om ons heen zien we trouwens regenwolken en regenbuien, maar zelf krijgen we slechts een paar druppels op ons hoofd. Na een stop bij de winkel van Tarras (1 van de 10 gebouwen in dit gehucht) rijden we de laatste 5 km naar onze cottage. Een prachtige plek waar we helaas maar 1 nacht kunnen verblijven. Een oud kolenfornuis in de keuken (naast moderner spul), een ouderwets bad (zie foto), geen buren, zachte banken in de woonkamer met haardvuur en lekkere bedden.
En ook koeien (een foto ervan moet altijd van Erica):
En ook koeien (een foto ervan moet altijd van Erica):
Dag 9: Omarama naar Lindis Pass - 35 km
We gaan naar de top van deze tour. 965 meter boven zeeniveau ligt Lindis Pass, 32 km klimmen vanaf Omarama, een hoogteverschil van ongeveer 550 meter. De laatste 3 km van de dag besteden we om weer iets lager te komen, en een kampeerplek te zoeken in de 'wildernis'.
Aan de tocht ligt een discussie ten grondslag die we gisteravond hadden. De weersverwachtingen waren namelijk nogal slecht. En dan wil Richard liever een dagje wachten, en wil Erica gewoon doorgaan. De uitkomst van discussie was dat we de ochtend zouden afwachen. En de ochtend was...zonnig. De weergoden zijn ons, behalve soms dan met betrekking tot de wind, gunstig gezind. We gaan maar vroeg op pad (zo tegen 11 uur begint het meestal harder te waaien) en trappen
de eerste 16 km redelijk makkelijk weg. We maken dan een bocht naar links, een kleinere vallei in, en het begint iets meer te klimmen. Het blijft echter zeer geleidelijk en goed te doen. Pas de laatste kilometers zijn steiler, en dus ook zwaarder. Richard heeft een zware dag en moet Erica laten gaan. Met een paar stops om op adem te komen redden we het tot een parkeerplaats vol met Taiwanezen die allemaal met ons op de foto willen. We beseffen het niet, maar deze parkeerplaats ligt 100 meter onder de pas, en dus hebben we het gered.
Aan de tocht ligt een discussie ten grondslag die we gisteravond hadden. De weersverwachtingen waren namelijk nogal slecht. En dan wil Richard liever een dagje wachten, en wil Erica gewoon doorgaan. De uitkomst van discussie was dat we de ochtend zouden afwachen. En de ochtend was...zonnig. De weergoden zijn ons, behalve soms dan met betrekking tot de wind, gunstig gezind. We gaan maar vroeg op pad (zo tegen 11 uur begint het meestal harder te waaien) en trappen
de eerste 16 km redelijk makkelijk weg. We maken dan een bocht naar links, een kleinere vallei in, en het begint iets meer te klimmen. Het blijft echter zeer geleidelijk en goed te doen. Pas de laatste kilometers zijn steiler, en dus ook zwaarder. Richard heeft een zware dag en moet Erica laten gaan. Met een paar stops om op adem te komen redden we het tot een parkeerplaats vol met Taiwanezen die allemaal met ons op de foto willen. We beseffen het niet, maar deze parkeerplaats ligt 100 meter onder de pas, en dus hebben we het gered.
De afdaling erna is steil, we zijn blij dat we niet aan deze kant naar boven hebben moeten klimmen. Een kampeerplek is snel gevonden, maar drinkbaar water is nergens te bekennen. We moeten dan maar zuinig zijn met wat we meegenomen hebben.
Omarama: De Clay Cliffs
Wat een rustdag had kunnen zijn, werd een ritje van 16 km heen (en dus ook weer 16 km terug) naar de Clay Cliffs. Door een bonkige gravel weg en wat tegenwind was dat zwaarder dan verwacht, maar het resultaat mag er zijn. Mooie okergele, en licht bruine rotspieken.
Dag 8: Twizel naar Omarama - 30 km
Een korte dag, een makkelijke dag. Eitje, kat in het bakkie, in de tas. Het eerste deel heel licht omhoog, het tweede deel licht omlaag. En dat terwijl we omringt worden grasland vlak naast ons en door licht groen, licht geel en licht bruine kale bergen iets verder weg.
Voor de lunch zijn we al bij de top 10 camping in Omarama, die overigens door een Nederlands echtpaar gemanaged wordt. Gelukkig voor Jelmer en Bauke zijn er een trampoline waar op gesprongen kan worden, en een klein stroompje waar steentjes in gegooid kunnen worden. En als dat gebeurd is, moet er even uitgerust worden...
Voor de lunch zijn we al bij de top 10 camping in Omarama, die overigens door een Nederlands echtpaar gemanaged wordt. Gelukkig voor Jelmer en Bauke zijn er een trampoline waar op gesprongen kan worden, en een klein stroompje waar steentjes in gegooid kunnen worden. En als dat gebeurd is, moet er even uitgerust worden...
maandag 4 januari 2010
Twizel
Het weerzien met Alistair en het kennis maken met zijn (nieuwe) vrouw Tracey is erg hartelijk. Alhoewel de kamers die we hebben heel basic zijn, voelt het aan als luxe. Een eigen douche, een eigen wc, een eigen mini koelkastje, echte bedden.
Omdat we hier drie dagen blijven kunnen we ook wat meer doen dan alleen wassen en spelen. De tweede dag rijden we met Alistair en Tracey naar Mnt. Cook National Park. Helaas giet het de hele dag, maar het geeft ons ook een vertrouwd gevoel, we gaan vandaag immers wandelen. Terwijl Alistair en Tracey op Jelmer en Bauke passen gaan wij naar een gletchermeer waarop ijsbergen drijven, en later naar een ander uitzichtspunt waarvandaan je normaal gesproken Mnt. Cook ziet liggen. Ondanks de regen is het heerlijk om er even samen uit te zijn, en de mist en laaghangende bewolking zorgt ook nog voor een spookachtige uitstraling. Vanwege de regen moeten we ook nog twee maal kuit/knie-diep door sterk gezwollen en krachtig stromende riviertjes waden. We zijn het niet verleerd, en met behulp van een tak (waarmee je de diepte en de stroming peilt) komen we erdoor.
Thuis bespreken we onze mogelijkheden voor de rest van de tocht. Over twee fietsdagen wacht de Lindis Pass, en nog later Crown Saddle. We besluiten Crown Saddle niet te doen (te steil), maar Lindis Pass wel. De route wordt hierdoor iets anders (van Wanaka direct naar Cromwell, scheelt twee fietsdagen), maar we krijgen hierdoor wel meer flexibiliteit voor de rest van de fietstocht. We denken er ook over om in het uiterste zuiden een andere route te doen, en wat vaker langer op een plek te blijven. Al met al zijn we heel tevreden dat we het tot zover al hebben gered, en dat het verder goed gaat.
De komende dagen gaan we (5-1) naar Omarama, (7-1) naar de top van Lindis Pass, (8-1) naar Tarras en (9-1) naar Wanaka. In Wanaka zullen we weer meerdere dagen blijven, onder andere om nog een poging te wagen te gaan wandelen (maar dan wel om-en-om, terwijl de ander op de kinderen past).
Omdat we hier drie dagen blijven kunnen we ook wat meer doen dan alleen wassen en spelen. De tweede dag rijden we met Alistair en Tracey naar Mnt. Cook National Park. Helaas giet het de hele dag, maar het geeft ons ook een vertrouwd gevoel, we gaan vandaag immers wandelen. Terwijl Alistair en Tracey op Jelmer en Bauke passen gaan wij naar een gletchermeer waarop ijsbergen drijven, en later naar een ander uitzichtspunt waarvandaan je normaal gesproken Mnt. Cook ziet liggen. Ondanks de regen is het heerlijk om er even samen uit te zijn, en de mist en laaghangende bewolking zorgt ook nog voor een spookachtige uitstraling. Vanwege de regen moeten we ook nog twee maal kuit/knie-diep door sterk gezwollen en krachtig stromende riviertjes waden. We zijn het niet verleerd, en met behulp van een tak (waarmee je de diepte en de stroming peilt) komen we erdoor.
Thuis bespreken we onze mogelijkheden voor de rest van de tocht. Over twee fietsdagen wacht de Lindis Pass, en nog later Crown Saddle. We besluiten Crown Saddle niet te doen (te steil), maar Lindis Pass wel. De route wordt hierdoor iets anders (van Wanaka direct naar Cromwell, scheelt twee fietsdagen), maar we krijgen hierdoor wel meer flexibiliteit voor de rest van de fietstocht. We denken er ook over om in het uiterste zuiden een andere route te doen, en wat vaker langer op een plek te blijven. Al met al zijn we heel tevreden dat we het tot zover al hebben gered, en dat het verder goed gaat.
De komende dagen gaan we (5-1) naar Omarama, (7-1) naar de top van Lindis Pass, (8-1) naar Tarras en (9-1) naar Wanaka. In Wanaka zullen we weer meerdere dagen blijven, onder andere om nog een poging te wagen te gaan wandelen (maar dan wel om-en-om, terwijl de ander op de kinderen past).
zondag 3 januari 2010
Dag 7: Lake Tekapo naar Twizel - 56 km
Wat een rustige vlakke dag had moeten worden, wordt een gevecht tegen de elementen. We rijden een 'scenic route' langs een kanaal dat Lake Tekapo met Lake Pukaki verbindt. Als we rond 9:45 van de camping wegrijden is het rustig weer, maar als we de kanaalweg oprijden voelen we al een flinke zijwind. Omdat het kanaal op een talud van ongeveer 20 meter ligt en er geen bomen zijn, heeft de wind vrij spel. Dat voelen we pas echt als we na een kilometer of 8 een scherpe bocht naar rechts nemen.
Daar is ook een hek dat gesloten is (vanwege de opkomende storm beseffen we later). We moeten onze fietsen en fietskarren er omheen tillen. De volgende kilometers naar een kruising met de snelweg kunnen we nog steeds fietsen, maar harder dan 8 of 9 km/uur gaat het niet. Na de kruising wordt het alleen maar erger. De zijwind wordt sterker en sterker, en we moeten ons schrap zetten om niet van de weg te worden geblazen. We voelen regelmatig druppels water die van het kanaal worden geblazen en de 10 meter naar ons moeiteloos overbruggen. Als we de wind vol op de kop krijgen moeten we afstappen. Dit gaat echt niet meer. We zetten ons schrap en beginnen te lopen. Pas na een kilometer of vier kunnen we weer opstappen. We hebben in 2,5 uur tijd minder dan 20 kilometer kunnen rijden, en beginnen rekensommen te maken over hoe laat we gaan aankomen met dit tempo (na het avondeten?). Gelukkig zijn de fietskarren heel stabiel, en is er, mede door het gewicht van de jongens nooit gevaar dat ze omwaaien. Overigens, en dit is dan weer de ironie van het alles, hebben we door de storm een fantastisch helder uitzicht op Mnt. Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland, die gedurende het grootste deel van het jaar onzichtbaar is, maar nu is schoongewaaid.
We hopen trouwens stiekum dat ieder moment Alistair ons inhaalt. Alistair is een vriend die we acht jaar geleden ontmoet hebben, en waarmee we in Twizel hebben afgesproken. We hebben hem onze route vertelt, en hij zal ons toch wel tegemoet komen rijden? Helaas, iedere auto rijdt ons gewoon voorbij.
Gelukkig komt aan iedere lijdensweg een einde, en op een gegeven moment buigen we zo ver naar het zuiden dat de wind in de rug blaast. We stappen weer op en hoeven nauwelijks te trappen om tot het einde van het kanaal, en de oevers van Lake Pukaki te komen. Het is dan 2 uur en het moment om te gaan lunchen. De jongens hebben zich al die tijd prima gehouden.
We hebben nog angst voor een stuk langs de zuidelijke oevers van het meer, maar de wind is hier veel minder hard, en misschien wel wat gedraaid. Ook hier hebben we uitzicht op de koekberg (zoals we het aan Jelmer hebben uitgelegd). De reus torent hoog boven de rest uit en de sneeuw en ijs op haar flanken maken het geheel indrukwekkend.
De laatste kilometers hebben we weer voor de wind en rond 16:30 rijden we Twizel binnen. We zijn nog eerder dan Alistair en gaan direct naar de supermarkt om ijs en chips en drinken in te slaan. Even wat energie bijtanken.
Als Alistair arriveert blijkt dat ze enigzins ongerust waren. Ze hadden een campervan gezien die van de weg was geblazen...
Daar is ook een hek dat gesloten is (vanwege de opkomende storm beseffen we later). We moeten onze fietsen en fietskarren er omheen tillen. De volgende kilometers naar een kruising met de snelweg kunnen we nog steeds fietsen, maar harder dan 8 of 9 km/uur gaat het niet. Na de kruising wordt het alleen maar erger. De zijwind wordt sterker en sterker, en we moeten ons schrap zetten om niet van de weg te worden geblazen. We voelen regelmatig druppels water die van het kanaal worden geblazen en de 10 meter naar ons moeiteloos overbruggen. Als we de wind vol op de kop krijgen moeten we afstappen. Dit gaat echt niet meer. We zetten ons schrap en beginnen te lopen. Pas na een kilometer of vier kunnen we weer opstappen. We hebben in 2,5 uur tijd minder dan 20 kilometer kunnen rijden, en beginnen rekensommen te maken over hoe laat we gaan aankomen met dit tempo (na het avondeten?). Gelukkig zijn de fietskarren heel stabiel, en is er, mede door het gewicht van de jongens nooit gevaar dat ze omwaaien. Overigens, en dit is dan weer de ironie van het alles, hebben we door de storm een fantastisch helder uitzicht op Mnt. Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland, die gedurende het grootste deel van het jaar onzichtbaar is, maar nu is schoongewaaid.
We hopen trouwens stiekum dat ieder moment Alistair ons inhaalt. Alistair is een vriend die we acht jaar geleden ontmoet hebben, en waarmee we in Twizel hebben afgesproken. We hebben hem onze route vertelt, en hij zal ons toch wel tegemoet komen rijden? Helaas, iedere auto rijdt ons gewoon voorbij.
Gelukkig komt aan iedere lijdensweg een einde, en op een gegeven moment buigen we zo ver naar het zuiden dat de wind in de rug blaast. We stappen weer op en hoeven nauwelijks te trappen om tot het einde van het kanaal, en de oevers van Lake Pukaki te komen. Het is dan 2 uur en het moment om te gaan lunchen. De jongens hebben zich al die tijd prima gehouden.
We hebben nog angst voor een stuk langs de zuidelijke oevers van het meer, maar de wind is hier veel minder hard, en misschien wel wat gedraaid. Ook hier hebben we uitzicht op de koekberg (zoals we het aan Jelmer hebben uitgelegd). De reus torent hoog boven de rest uit en de sneeuw en ijs op haar flanken maken het geheel indrukwekkend.
De laatste kilometers hebben we weer voor de wind en rond 16:30 rijden we Twizel binnen. We zijn nog eerder dan Alistair en gaan direct naar de supermarkt om ijs en chips en drinken in te slaan. Even wat energie bijtanken.
Als Alistair arriveert blijkt dat ze enigzins ongerust waren. Ze hadden een campervan gezien die van de weg was geblazen...
Dag 6: Fairlie naar Lake Tekapo - 42 km
Oudjaar. Een gewone zomerse dag hier. We gaan nu echt de hoogte in met een zeer geleidelijke 25 km lange klim naar Burkes pass en MacKenzie country. Het is weer zonnig ('nou en', denk je misschien, maar wij verbazen ons er nog steeds over omdat het acht jaar geleden zoveel regende), en ook de wind doet het rustig aan. We rijden door een brede vallei met aan beide kanten hoge heuvels. Na een uur slaan we 'links af' een smallere vallei in, maar de weg blijft nauwelijks zichtbaar stijgen. Telkens als we weer 100 meter geklommen hebben meldt Richard het eventjes. Na het dorpje Burkes Pass wordt het even steil, maar ja, dat is weer alleen de laatste 300 meter naar de top. Richard komt op z'n tandvlees boven, en Erica loopt weer een stukje.
Van de Canadezen, die GPS hebben, horen we dat de laatste kilometer gemiddeld rond de 8% omhoog ging. Dan weten we ook weer dat we geen watjes zijn, maar dat het gewoon af en toe steil is, en lopen dan onvermijdelijk is. Na de pass, die op 700 meter ligt, stijgen we nog verder naar het 100 meter hoger gelegen Lake Tekapo. De camping ligt direct aan het schitterend blauwe meer, en alhoewel het vol staat, is het rustig.
Van de Canadezen, die GPS hebben, horen we dat de laatste kilometer gemiddeld rond de 8% omhoog ging. Dan weten we ook weer dat we geen watjes zijn, maar dat het gewoon af en toe steil is, en lopen dan onvermijdelijk is. Na de pass, die op 700 meter ligt, stijgen we nog verder naar het 100 meter hoger gelegen Lake Tekapo. De camping ligt direct aan het schitterend blauwe meer, en alhoewel het vol staat, is het rustig.
Oud en nieuw wordt nauwelijks gevierd. Omdat we morgen weer moeten fietsen gaan we eerder slapen, en we worden nauwelijks wakker van het nieuwe jaar.
Abonneren op:
Reacties (Atom)