vrijdag 22 januari 2010

Dag 14, 15, 16 en 17: de Otago Rail Trail - 150 km

Waarschuwing: Het volgende bericht kan schokkend zijn voor ProRailers. Gelieve deze tekst met collega's of leidinggevende te lezen. Als u na het lezen van het bericht in geestelijke nood verkeert, kunt u bellen met uw dichtsbijzijnde netwerkbestuurder.

We zouden in Alexandra naar het zuiden afslaan, en dan wat dagen door boerenland rijden om uiteindelijk in de Catlins te komen (een streek in het uiterste zuiden die we graag willen bezoeken). Echter, de zeven kilometer van Clyde naar Alexandra op de Otago Rail Trail heeft ons anders doen beslissen.

De Otaga Rail Trail is 150 kilometer voormalige spoorlijn, ontdaan van alle rails (ProRail lezers: u kunt nu nog stoppen), wissels, seinen, beveiliging en al het andere wat een spoorlijn een spoorlijn maakt. De bruggen en tunnels zijn echter gebleven, en van de baan is een wandel- en mountainbike pad gemaakt. Met als voordeel dat het stijgingspercentage nooit meer dan 2% bedraagt. Wat wij het grootste voordeel vinden is dat je weg van de auto's bent. Het probleem was echter de term 'mountainbike pad'. Wij hebben namelijk gewone (race)fietsen. Maar het ritje vanuit Clyde was ons goed bevallen. Veel erger dan een niet geasfalteerd bospad is het niet, en dus hebben we de plannen gewijzigd. We gaan het treinspoor fietsen.

De eerste twee dagen van de trail gaan omhoog, zo'n 400 meter, tot de top op ruim 600 meter, en de laatste twee dagen gaan omlaag naar een plaatsje dat Middlemarch heet. Onderweg moeten we door 3 grote tunnels heen (de langste is ruim 200 meter, onverlicht, met bocht) en over een aantal imposante ijzeren bruggen. We maken relatief korte dagen, maar al dat hobbelen over gravel gaat niet snel, en we zijn afhankelijk van overnachtingsplaatsen. De eerste is een compleet huis dat we gehuurd hebben, en dat in een klein gehucht direct naast het pad ligt (Erica riep bij het naderen al dat dat wel ons gereserveerde huisje mocht zijn, en dat bleek gelukkig waar).

De tweede dag moeten we het steilste stuk klimmen (2% dus, maar men had hier wel twee locs voor nodig), en we volgen zelfs een soort S-slinger om hoger op de heuvel, en bij de ingang van een kleine kloof te komen. Daar zijn ook twee lange tunnels. Jelmer en Bauke (ieder met een lichtje) vinden het reuze spannend. Jelmer wil er zelf door heen lopen (fietsen mag niet), maar als het donkerder wordt, pakt hij wel Erica's hand vast. In de tweede tunnel zie je bij de ingang al een stukje uitgang, dus deze is veel minder 'eng'.



Het landschap om ons heen ziet er trouwens dor en kaal uit, met enkele rivierbeddingen waarin dan een strook groene bomen groeit. Andere delen zijn groener en worden bevolkt door schapen.





Ook de tweede nacht verblijven we niet in onze tent, maar in een huisje (minder luxe en groot dan de eerste dag). We eten in de plaatselijke pub de streekgerechten lam en biefstuk. De kinderen zijn niet ontevreden met patat, mayonaise (hebben ze zowaar) en hotdogs.

De derde en vierde dag gaan bergaf, maar niet altijd sneller. Op sommige stukken heb je het idee dat je over/door een slecht aangeharkt grindpad van een landhuis rijdt, op andere dat alle keien uit de omgeving zijn opgegraven en hier zijn neergelegd. Ondanks dit alles genieten we van de rust, de ruimte en de uitzichten.



Wat wel een probleem is, is dat van iedere fietskar een wiel losraakt tijdens het rijden. Het wiel komt steeds verder uit de as, en we moeten hem dan terugduwen, maar krijgen ze niet helemaal vastgezet. Op de Trail gebeurt dit (door de ondergrond) vaker dan op asfalt (al in Omarama begon dit probleem), en we beginnen wat zorgen te krijgen over het vervolg van onze fietstocht.

Over het vervolg van onze fietstocht kunnen we trouwens nadenken in Middelmarch, het eindpunt van de trail. We hebben hier een rustdag ingelast, in het dorp is werkelijk niets te doen en de camping staat zo goed als leeg. Om van hier naar Dunedin te komen is eenvoudig: 21 kilometer over een deels asfalt-, deels gravelweg om bij het eindstation van de Taieri Gorge Railway te komen, en dan 60 kilometer over het deel van het spoor dat nog niet weggehaald is, en nu als toeristische attractie wordt aangeprezen. De fietsen kunnen met de trein mee, en zo komen we in hartje Dunedin zonder ons druk te maken over highways en ander druk verkeer.