Wat een rustige vlakke dag had moeten worden, wordt een gevecht tegen de elementen. We rijden een 'scenic route' langs een kanaal dat Lake Tekapo met Lake Pukaki verbindt. Als we rond 9:45 van de camping wegrijden is het rustig weer, maar als we de kanaalweg oprijden voelen we al een flinke zijwind. Omdat het kanaal op een talud van ongeveer 20 meter ligt en er geen bomen zijn, heeft de wind vrij spel. Dat voelen we pas echt als we na een kilometer of 8 een scherpe bocht naar rechts nemen.
Daar is ook een hek dat gesloten is (vanwege de opkomende storm beseffen we later). We moeten onze fietsen en fietskarren er omheen tillen. De volgende kilometers naar een kruising met de snelweg kunnen we nog steeds fietsen, maar harder dan 8 of 9 km/uur gaat het niet. Na de kruising wordt het alleen maar erger. De zijwind wordt sterker en sterker, en we moeten ons schrap zetten om niet van de weg te worden geblazen. We voelen regelmatig druppels water die van het kanaal worden geblazen en de 10 meter naar ons moeiteloos overbruggen. Als we de wind vol op de kop krijgen moeten we afstappen. Dit gaat echt niet meer. We zetten ons schrap en beginnen te lopen. Pas na een kilometer of vier kunnen we weer opstappen. We hebben in 2,5 uur tijd minder dan 20 kilometer kunnen rijden, en beginnen rekensommen te maken over hoe laat we gaan aankomen met dit tempo (na het avondeten?). Gelukkig zijn de fietskarren heel stabiel, en is er, mede door het gewicht van de jongens nooit gevaar dat ze omwaaien. Overigens, en dit is dan weer de ironie van het alles, hebben we door de storm een fantastisch helder uitzicht op Mnt. Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland, die gedurende het grootste deel van het jaar onzichtbaar is, maar nu is schoongewaaid.
We hopen trouwens stiekum dat ieder moment Alistair ons inhaalt. Alistair is een vriend die we acht jaar geleden ontmoet hebben, en waarmee we in Twizel hebben afgesproken. We hebben hem onze route vertelt, en hij zal ons toch wel tegemoet komen rijden? Helaas, iedere auto rijdt ons gewoon voorbij.
Gelukkig komt aan iedere lijdensweg een einde, en op een gegeven moment buigen we zo ver naar het zuiden dat de wind in de rug blaast. We stappen weer op en hoeven nauwelijks te trappen om tot het einde van het kanaal, en de oevers van Lake Pukaki te komen. Het is dan 2 uur en het moment om te gaan lunchen. De jongens hebben zich al die tijd prima gehouden.
We hebben nog angst voor een stuk langs de zuidelijke oevers van het meer, maar de wind is hier veel minder hard, en misschien wel wat gedraaid. Ook hier hebben we uitzicht op de koekberg (zoals we het aan Jelmer hebben uitgelegd). De reus torent hoog boven de rest uit en de sneeuw en ijs op haar flanken maken het geheel indrukwekkend.
De laatste kilometers hebben we weer voor de wind en rond 16:30 rijden we Twizel binnen. We zijn nog eerder dan Alistair en gaan direct naar de supermarkt om ijs en chips en drinken in te slaan. Even wat energie bijtanken.
Als Alistair arriveert blijkt dat ze enigzins ongerust waren. Ze hadden een campervan gezien die van de weg was geblazen...